Legionella-monstername: hoe vaak en waar?
De frequentie, het aantal meetpunten en wie mag bemonsteren.
De frequentie, het aantal meetpunten en wie mag bemonsteren.
Bijgewerkt op 25 oktober 2026. Bronnen: Drinkwaterbesluit artikel 43 en Regeling legionellapreventie, artikel 6 tot en met 8 en bijlage 3, geraadpleegd op 25 oktober 2026.
Bij de risicoanalyse wordt het water onderzocht. Daarna minstens elke zes maanden op de tappunten die nevel vormen. Is het gebouw hoogstens zeven maanden per jaar in gebruik, dan minstens eens per jaar.
Bijlage 3 van de Regeling koppelt het aantal meetpunten aan het aantal tappunten:
| Aantal tappunten | Aantal meetpunten |
|---|---|
| tot en met 50 | 2 |
| 51 tot en met 100 | 4 |
| 101 tot en met 200 | 6 |
| 201 tot en met 400 | 8 |
| 401 tot en met 800 | 10 |
| 801 tot en met 1.600 | 12 |
| meer dan 1.600 | 14 |
De analyse gebeurt door een laboratorium dat is geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 (of ISO 15189 voor medische microbiologie). Ook de monsternemer moet volgens 17025 geaccrediteerd zijn. De analysemethode is NEN-EN-ISO 11731.
Wij regelen de monstername als onderdeel van het legionellabeheer en volgen de uitslagen op. Bij een slechte uitslag: zie overschrijding.
Meer op legionella, of doe de legionella-check.
Specialist en aanspreekpunt voor legionella is Daniël Winkels, ontwerper sanitair en specialist legionella bij Prime Advice. Bel 088 342 01 02, mail [email protected] of gebruik het contactformulier.
Heb je een vraag of wil je kennismaken?
Neem contact met ons op.